AI in de Zorg: de kracht van spraakgestuurd rapporteren in de praktijk. Interview met huisarts Bart Timmers

In dit vierde artikel van de levende case study lees je het verhaal van Bart Timmers, een huisarts uit s-Heerenberg. Ondanks zijn volle agenda blijft Bart nieuwsgierig naar nieuwe mogelijkheden: hoe kan AI het werk ondersteunen? Hoe neem je zowel medewerkers als patiënten mee, ook als ze minder digitaal vaardig zijn? In dit artikel vertelt Bart uitgebreid over de implementatie van het spraakgestuurd rapportagesysteem OurMind in zijn praktijk. Hij is in de beginfase zelf betrokken geweest bij de ontwikkeling van deze tool en inmiddels gebruiker van deze tool. Je leest zijn reflectie op wat het hem brengt als huisarts, welke hobbels hij is tegengekomen, hoe hij deze ondervangt en hoe hij aankijkt tegen het op orde krijgen van de randvoorwaarden.

Bart heeft een grote interesse in zorginnovaties en AI. Naast zijn werk als huisarts is hij actief als Chief Medical Information Officer (CMIO) in de regio. Ook schrijft hij blogs voor Medisch contact en Plusgezond en zit hij in de redactieraad van ICT&health. Dit artikel is geschreven voor huisartsen en praktijkondersteuners die met AI aan de slag willen of daar al eerste stappen in hebben gezet. De inzichten uit de praktijk laten zien wat werkt, waar hobbels en dillema’s zitten en hoe anderen daarmee om te gaan. Ook voor andere zorgprofessionals is het artikel interessant: als inspiratiebron voor hoe AI zich stap voor stap een plek verovert binnen de huisartsenzorg. 

Snel resultaat, weinig drempels

Toen Bart een keer zelf met zijn dochter met een arts sprak viel het Bart ineens scherp op: “Die arts was de hele tijd aan het typen, en ik dacht: dit voelt zo afstandelijk. Je merkt direct dat er minder aandacht is.” Het was een moment waarop hij opnieuw besefte wat het belang is van contact in de spreekkamer, en hoe technologie daarin kan ondersteunen in plaats van belemmeren. Met OurMind ervaart Bart dagelijks hoeveel verschil zo’n tool kan maken. Het systeem is ontworpen om via spraakgestuurd rapporteren medische verslagen automatisch op te stellen. Dat betekent dat Bart tijdens het consult met zijn volle aandacht bij de patiënt kan zijn, zonder ondertussen mee te hoeven typen. Dit voordeel komt boven op de voordelen voor huisartsen en POH’ers aan: minder administratieve druk, efficiënter e-mailverkeer en sneller zicht op patronen in vragen of klachten.  

Bart hoopt dat tools zoals OurMind in de toekomst nog slimmer worden, bijvoorbeeld door eenvoudige e-consults zelfstandig af te handelen. Veelvoorkomende vragen worden dan automatisch opgepakt, zodat professionals meer tijd overhouden voor complexe zorgvragen. Dit toekomstbeeld motiveert hem om nu alvast ervaring op te bouwen, zodat hij mee kan sturen op de richting waarin AI zich ontwikkelt. 

Wat Bart betreft is OurMind een voorbeeld van laaghangend fruit: het is direct bruikbaar, levert tijd op en verhoogt de kwaliteit. Natuurlijk moet je kritisch kijken naar wat het voor je organisatie betekent, maar je kunt pas echt beoordelen wat het doet als je ermee aan de slag gaat. Of in zijn woorden: “Je moet instappen om te ervaren wat de kanttekeningen zijn.” Voor wie nu nog twijfelt, is zijn advies duidelijk: begin gewoon en leer terwijl je doet. 

Balans tussen experimenteren en randvoorwaarden vastleggen 

Als huisarts ziet Bart dagelijks hoeveel administratiedruk er op zorgprofessionals rust. De belofte van AI was voor hem vanaf de start dan ook interessant. Tegelijkertijd weet hij: de inzet van AI vraagt om bewust kiezen. Want als je werkt met gevoelige gegevens, moet je zeker weten dat het systeem veilig is. Bart werkt in zijn praktijk met OurMind. Dit voor huisartsen ontwikkelde spraakgestuurde AI-systeem zet medische consulten automatisch om in gestructureerde verslaglegging in het patiëntendossier. Hij koos bewust voor deze tool. De persoon die deze tool heeft ontwikkeld is iemand die heel erg gedreven is vanuit de zorginhoud, dat maakt dat ik hem en de tool vertrouw.” De ontwikkeling van OurMind ging in co-creatie: Bart gaf vanuit zijn ervaringen feedback en droeg zo bij aan de doorontwikkeling.  

Co-creatie met de leverancier en beleid 

Bart ziet ook de kracht van samenwerken met beleidsmakers. Zo werkt Bart goed samen met de CIO uit de Zorggroep. “De samenwerking tussen beleid en praktijk zorgt ervoor dat de praktijk centraal blijft staan, maar dat je wat je doet kan verantwoorden.” Zeker met het oog op personele wisselingen en als je wil opschalen, moet je wel zorgen dat zaken goed zijn geregeld en op papier staan. Maar beleid hoeft niet zwaar en formeel te zijn. Enkele heldere afspraken op papier, is vaak al voldoende. Daarnaast moet je het onderwerp levend houden door het bijvoorbeeld geregeld terug te laten komen tijdens werkoverleggen. Dat is bewust, want: “Veel mensen lezen beleid toch niet.”  

Handige checkvragen bij de selectie van een tool 

Natuurlijk heeft niet iedereen de ‘luxe’ van een direct lijntje met de makers van een tool. Bij elke nieuwe tool vraagt Bart zich opnieuw af: wat wil ik ermee bereiken, welke gegevens stop ik erin, en hoe gevoelig zijn die? Daarna kijkt hij wie er achter de tool zit: welk bedrijf, welke mensen en hoe zijn de ethische randvoorwaarden geregeld? Zeker bij tools van grote, internationale techbedrijven is dat ingewikkelder, maar volgens Bart is het daarom extra belangrijk om wel research te doen. Zo had hij al 1 à 2 jaar eerder verrassende resultaten gezien van Autoscriber, toen nog in ontwikkeling, dat meer op de tweedelijnszorg leek te zijn gericht. En vlak voordat OurMind op de markt kwam, zag hij ook Juvoly verschijnen, een vergelijkbaar systeem. Die ervaring hielp hem om bewuster te kiezen voor een tool die aansluit bij de eerstelijnszorg en waar hij vertrouwen in heeft. 

Bart noemt een aantal tips voor professionals die helpen om een veiligheidsafweging te maken voor het gebruik van een AI-tool: 

1. Kijk of de tool werkt volgens Europese richtlijnen, zoals de AVG of CE-certificering.

2. Zoek uit wie er achter het bedrijf zit. Je hoeft de persoon niet te kennen, maar kijk of de waarden van de organisatie passen bij die van jou.

3. Kies bij voorkeur voor een betaald abonnement: gratis tools verdienen meestal aan data; betaalde diensten zijn vaak zorgvuldiger ingericht 

4. Vraag je bij gevoelige informatie altijd af: is dit geschikt om te delen via deze tool? En wat zou de partij achter deze tool met deze data kunnen doen? 

AI-chatbot is handig: gebruik het verstandig!

Ja maar…

Bij de inzet van nieuwe technologie ontstaan altijd vragen en twijfels. Ook bij Bart. In eerste instantie was hij huiverig voor hallucinaties van het systeem. Toch koos hij ervoor ermee te starten. “Het scheelt je sowieso tijd, en die hallucinaties kun je ondervangen door een tweede check in te bouwen.” Bovendien ziet hij dat de technologie steeds betrouwbaarder wordt. De enige manier om te ontdekken wat werkt en waar je scherp op moet zijn, is door te beginnen. Ook de abonnementsvorm van de tool kan een hobbel zijn. Voor een huisarts kost OurMind zo’n 70 euro per maand. “Sommige collega’s vinden dat best veel,” zegt Bart. “Maar als je door tijdswinst één of twee extra consulten per week kunt doen, verdien je het makkelijk terug. “Als iets mijn werkdruk verlaagt en de kwaliteit verhoogt, dan is dat me echt wat waard.” 

Een andere veelgehoorde bedenking is dat de tool finetuning vraagt. In het begin moet je aangeven hoe je wilt rapporteren: in patiëntentaal of medisch jargon, met plusjes en minnetjes of juist in volzinnen? Dat kost even wat tijd, maar zorgt er wel voor dat de output aansluit bij je stijl. Ook is een goede microfoon een belangrijke factor voor foutloze verwerking. Toch is Bart ervan overtuigd: “Zelfs met deze opstart vraagt het systeem minder tijd dan handmatig rapporteren. Als je er een half uurtje aan besteed, dan ben je er eigenlijk wel!” 

Een lastig dilemma: Vertel je patiënten dat je AI gebruikt? 

Bart kiest ervoor dat niet te doen. Hij vindt het niet nodig om patiënten expliciet te informeren over zijn gebruik van AI, zolang dit veilig gebeurt en binnen professionele standaarden blijft. Net als bij andere technische voorzieningen, zoals cloudopslag of netwerkbeveiliging, ziet hij het als zijn verantwoordelijkheid om daar zorgvuldig mee om te gaan: “Ik ga toch ook niet elke keer zeggen dat ik hun gegevens in een cloudoplossing opsla met een server in Rotterdam of Groningen?” Volgens hem is het niet zinvol om elke ondersteunende technologie apart toe te lichten, tenzij die het contact met de patiënt wezenlijk verandert, bijvoorbeeld wanneer een AI zelfstandig medische antwoorden zou geven. Transparantie is belangrijk, benadrukt hij, maar alleen wanneer die daadwerkelijk van invloed is op de zorgrelatie. “Ik sta erachter dat ik het niet vertel. Ik gebruik het veilig, en dat is mijn verantwoordelijkheid.” 

Omgaan met weerstand 

Nieuwe technologie roept bij sommigen meteen enthousiasme op, maar bij anderen juist terughoudendheid of zelfs lichte weerstand. Niet iedereen ziet direct de meerwaarde of voelt zich zeker genoeg om ermee aan de slag te gaan. Een mooi voorbeeld komt uit zijn eigen praktijk. Een POH-GGZ, die zichzelf eerder nog digibeet noemde en “niet zo van die snufjes” was, had veel moeite met de gedachte iets nieuws te proberen. Bart stelde voor het haar kort te laten zien. Nog diezelfde middag kreeg Bart een enthousiaste spraakbericht: ze had ermee gewerkt en was verrast over hoe eenvoudig en effectief het bleek. Het voorbeeld laat zien: koudwatervrees kan bij collegas verdwijnen als ze het gewoon even proberen. Even naast iemand gaan staan, samen doorklikken en een eerste ervaring laten opdoen, in plaats van aan de zijlijn blijven staan en pushen: dat kan het verschil maken. Veel mensen blijken dan verrast over hoe makkelijk het werkt en wat het oplevert.  

Bart geef het stokje door aan…. 

Tot slot is Bart benieuwd naar de ervaringen van andere huisartsen die al met AI-toepassingen werken. Specifiek is zijn interesse gewekt door Huisartsen van Nederland: een systeem waarin AI wordt ingezet voor patiëntmanagement. “We moeten de gesprekken nog starten, maar ik ben vooral nieuwsgierig: hoe betrouwbaar is het? Is het getest? Is het veilig?” Het stokje geeft hij dan ook graag door aan een collega-huisarts die met Huisartsen van Nederland werkt. Want ook daar valt weer veel van te leren.